Een krimpend marktaandeel en een daling van het aantal boekingen: de centra voor jeugdlogies in de Antwerpse Kempen hebben het momenteel knap lastig.Een studie pleit voor betere marketing en een sterke ‘Kempenprofilering’.
De sector van de jeugdlogies kampt al een tijdje met een terugval in het aantal boekingen en een verlies van het marktaandeel. Daarom liet de werkgroep ‘Toerisme voor Allen’ - een samenwerking tussen TPA en de doelgroepencentra - het potentieel onderzoeken van 10 jeugdlogies: Het provinciaal vormingscentrum (Malle), Zilvermeer (Mol), Keiheuvel (Balen), Sint-Jansburg (Westmalle), Heibrand (Westmalle), Roosendael (St-Katelijne-Waver), Sportacentrum (Tongerlo), Het Laathof (Hingene), De Hoge Rielen (Kasterlee) en De Nekker (Mechelen).
| Gedeputeerde voor toerisme Inga Verhaert: “De omgeving waarin de centra actief zijn, vertoont heel wat kenmerken van een verzadigde markt: dalende bezettingsgraden, heel wat dalperiodes die de positieve pieken in de zomer onmogelijk kunnen goedmaken, … Er komen ook steeds minder scholen en jeugdverenigingen logeren, terwijl de kosten stijgen. De vergrijzing van de bevolking biedt niet meteen reden tot optimisme. Tel daarbij het nog steeds groeiende logiesaanbod en de fikse besparingsronde in de overheidsfinanciën en een actieplan dringt zich op.” |
| Volgens studiebureau Karvansera zijn er belangrijke bijsturingen nodig, zowel bij de centra zelf als bij de overheid. De meeste jeugdcentra maken nauwelijks publiciteit. Ze vertrouwen nog steeds op mond-tot-mondreclame. Maar anno 2011 is er een andere aanpak nodig. Uitbaters moeten voortaan op lange termijn denken en strategische acties uitwerken.
Kempenprofilering Er moet ook beter worden samengewerkt. Bie De Busser, regiomanager Antwerpse Kempen: “Samen promotie voeren is een absolute must. Wat hebben de centra gemeen? De regio. Het gegeven ‘Kempen’ moet meer uitgespeeld worden. Binnen dat Kempenprofiel moeten de centra zich sterker durven profileren. Ik denk bijvoorbeeld aan aangepaste verblijfsaccommodatie voor kleuters, socioculturele verenigingen of sportclubs. Zo kunnen de centra ook in de 21ste eeuw een belangrijke rol blijven spelen in het vakantieaanbod.” |